Van hemels gras tot historisch archief

Toegevoegd op nov 05, 2017

In 2012 werden bij opgravingen rond de oud-Egyptische haven van Wadi El-Jarf aan de Rode Zeekust papyrusrollen gevonden uit de derde eeuw voor Christus, waarin verslag wordt gedaan van de laatste jaren constructiewerk aan de Grote Piramide van Gizeh tijdens de regering van farao Choefoe. Het waren de vroegste bewijzen van het gebruik van papyrus in het antieke Egypte.

Zo'n 4500 jaar geleden werden in Egypte de eerste  “Cyperus Papyrus” struiken geplant, indertijd bekend als “Aaru” – Hemels Gras, een heilige plant die het 'papier' leverde waarop de gewijde geschriften uit de tijd van de farao's werden opgetekend. De oude Egyptenaren gelden dan ook als uitvinders van het papier. De harde groene bast van de papyrusstengels werd in repen gesneden die vervolgens werden geweekt in het goddelijke water van de Nijl om tenslotte, dwars op elkaar gelegd, tot vellen te worden geperst tussen twee lagen fijnmazig linnen, een proces dat meerdere dagen in beslag nam. De op die manier ontstane vellen werden daarna samengevoegd tot rollen met een totale lengte van in sommige gevallen meer dan dertig meter – de uiteindelijke ondergrond voor de heilige manuscripten.

Zoals Johannes Gutenberg in 1439 een kennisrevolutie teweegbracht met de eerste mechanische drukpers, zo vond in het oude Egypte een historische doorbraak in kennisoverdracht plaats met de uitvinding van het papier, vierduizend jaar eerder.

Vóór die tijd werd in Egypte geschreven op botten, ostraka (scherven aardewerk), steen en andere materialen die als informatiedragers werden gebruikt tot de introductie van papier - een woord afgeleid van naam van de plant die de grondstof leverde  - als ondergrond voor geschriften, tekeningen en illustraties, kortom, het canvas van het leven.

Veel van de kennis die wij vandaag de dag bezitten over het oude Egypte, over levens en liefdes, over hoe de mensen communiceerden en hoe ze telden, is mede te danken aan die eeuwenoude papyrusrollen.